Interview met Lieke Alferink, OFL-secretaris bij het Noordzeeoverleg en het Deltaprogramma

02-11-2023
799 keer bekeken

Lieke Alferink werkt nu 2 jaar voor het OFL. Momenteel werkt zij als OFL-secretaris bij het Noordzeeoverleg en het Deltaprogramma.

Wat is je achtergrond?

Ik werk sinds twee jaar voor het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL). Als secretaris houd ik me vooral bezig met het Noordzeeoverleg en het Deltaprogramma. Soms doe ik ook werkzaamheden voor andere projecten. Als er bijvoorbeeld ergens een gespreksleider nodig is, dan kunnen collega’s een beroep doen op mij. Dan help ik graag, op deze manier krijg ik mee wat er speelt bij andere projecten, dat vind ik interessant.

Voordat ik bij het OFL ging werken, studeerde en werkte ik bij de universiteit. Ik heb sociale geografie en milieuwetenschappen gestudeerd. De rol als secretaris bij het OFL biedt mij een mooie combinatie van de fysieke leefomgeving (de milieukant) en de sociale participatiekant.

Is het een bewuste keuze dat je aan twee waterprojecten werkt?

Vissersboten op de Noordzee tijdens zonsondergang.

Eigenlijk ben ik er een beetje ingerold. Tijdens mijn studie ben ik vooral bezig geweest met dingen die op het land spelen. Aan het eind van mijn studie had ik een beetje het idee dat ik dat wel snapte en ging ik mij meer afvragen hoe het er op zee aan toe gaat. Daar wist ik nog niet veel vanaf: activiteiten op, en het leven in, zee is vaak onzichtbaar. En ik had een aantal enthousiaste docenten die daar juist onderzoek naar deden. Ze hebben mij geënthousiasmeerd en zo ben ik er dus ingerold. Tijdens mijn master lag mijn focus dan ook op het mariene milieubeleid en veel casussen die op zee speelden. Daarna ben ik bij het Noordzeeoverleg terechtgekomen. En de combinatie met het Deltaprogramma paste daar mooi bij.

Van huis uit ben ik trouwens niet met water opgegroeid. Eerlijk gezegd ben ik veel meer een bergenpersoon. Maar ik ben wel nieuwsgierig van aard en wil altijd graag meer weten over dingen die nog onbekend zijn voor mij.

Wat is de rol van het OFL binnen het Deltaprogramma?

Het OFL is al sinds de start in 2010 betrokken bij het Deltaprogramma om de maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. Op dit moment is Johan van der Gronden de OFL-voorzitter die dit project begeleid. Er is een formeel en een informeel spoor vanuit het Deltaprogramma. In de formele bijeenkomsten bespreken de deelnemers het concept Deltaprogramma. Wat vinden de verschillende partijen hiervan? Wat kan beter, welke input hebben de partijen om het programma aan te scherpen? Op basis van die input schrijft de OFL-voorzitter een advies aan de Deltacommissaris en dat gaat weer mee met de stukken van het Deltaprogramma dat op Prinsjesdag wordt aangeboden aan de Tweede Kamer.

Daarnaast kennen we ook het informele spoor. Hierbij ‘komen de benen op tafel’, zonder dat er een conceptprogramma ligt. We gaan dan al eerder in de cyclus kijken wat er speelt, wat de verschillende partijen van bepaalde onderwerpen vinden en hoe programma’s op elkaar inhaken. Daarbij proberen we zoveel mogelijk input op te halen bij de verschillende partijen zodat de voorzitter deze signalen kan doorgeven aan het Deltaprogramma. Op het moment zijn we hiervoor op zoek naar vernieuwing in de samenstelling van partijen en de werkvormen. In het verleden was soms vooral de natuurhoek goed vertegenwoordigd. Daarom kijken we nu welke groepen we hiervoor extra kunnen benaderen. Denk aan landbouworganisaties, recreatiebedrijven, grind- en zandwinners, of de scheepvaart. Twee andere groepen die we ook graag erbij willen betrekken, zijn de woningbouwcorporaties en de financiële sector (en dan met name de verzekeringsbranche). Als secretaris is het mijn taak om deze groepen bij het proces te betrekken. Tot nu toe halen we de input op een vrij traditionele manier op via consultaties: hier heeft u een document, zegt u maar wat u ervan vindt. We zijn nu aan het kijken, samen met de voorzitter, hoe we hier op een andere manier invulling aan kunnen geven. Hierover zijn op verschillende niveaus gesprekken gevoerd met het Deltaprogramma. Daarin nemen we burgerparticipatie ook mee. Hoe kunnen we daar beter handen en voeten aan geven? We gaan nu een workshop over burgerparticipatie organiseren op het Deltacongres. Dat is een mooie eerste aanzet, maar er kan meer gebeuren.

Foto van de haringvlietdam.

Zowel het Noordzeeoverleg als het Deltaprogramma is een langlopend project. Hoe is het om aan twee langlopende projecten te werken, zonder duidelijk ‘einddoel’ of vastgestelde looptijd?

Het OFL heeft ook wel kortdurende projecten, die wat meer een kop en staart hebben. Het Noordzeeoverleg is langlopend én best intensief. Het overleg kenmerkt zich wel door vrij korte cycli van 5 weken. In elke cyclus komen de verschillende werkgroepen samen en zetten ze de benodigde stappen om tot de uitvoering van het Noordzeeakkoord te komen.

Het Deltaprogramma kent slechts twee belangrijke momenten in het jaar waarop de deelnemers samenkomen. Daarbij varieert de samenstelling van de groep afhankelijk van het onderwerp. De onderwerpen die in het Deltaprogramma aan bod komen, vind ik heel erg interessant. Zoetwatervoorziening, waterveiligheid en een klimaat robuuste leefomgeving zijn perfecte onderwerpen om een breed maatschappelijk gesprek over te voeren. En hiervoor moet je zowel in het nu, als naar de toekomst kijken.

Merk je dat de urgentie binnen het Deltaprogramma is veranderd in de twee jaar dat jij nu secretaris bent?

Ik denk het wel, maar het kan ook zijn dat ik de onderwerpen eerder nog niet goed op het netvlies had. Dat is lastig inschatten. Wat volgens mij wel een belangrijk keerpunt is, is het feit dat water en bodem sturend in het laatste regeerakkoord is opgenomen. Daardoor krijgt het natuurlijk veel meer aandacht. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingen in het landelijk gebied; denk aan het omgaan met landbouwgrond en woningbouwopgaves. Al deze onderwerpen hangen nauw samen met de waterhuishouding in een gebied. Er is dus meer druk komen staan op onderwerpen die een rol spelen in het Deltaprogramma. Sommige dingen kunnen niet langer uitgesteld worden, dus in die zin is de urgentie inderdaad wel toegenomen.

Wat vind jij het mooiste in jouw werk?

Het allermooist is dat ik een kijkje krijg in de keuken van heel veel verschillende organisaties. Daardoor krijg ik steeds meer en beter begrip over de werkwijze, ideeën en standpunten van verschillende partijen. Toen ik begon met werken twee jaar geleden heb ik een soort spoedcursus gekregen in hoe bestuurlijk Nederland werkt. En dat heeft me echt heel veel gebracht.

Is er iets dat je graag vanuit jouw rol als secretaris wilt bereiken?

Dat we nu een workshop gaan organiseren voor het Deltaprogramma in het kader van burgerparticipatie vind ik een mooie stap. Bij het Noordzeeoverleg vind ik dat lastiger te zeggen. Daar moet zo ontzettend veel gebeuren. We zijn nu binnen een van de werkgroepen bezig om een gebied aan te wijzen wat gevrijwaard wordt van bodem beroerende visserij. Daarvoor is nu informatie verzameld over de (ecologische) kenmerken van de gebieden die daarvoor in aanmerking komen. Ik zou het mooi vinden als we het proces rond de aanwijzing van dit gebied op een goede manier kunnen doorlopen. Het wordt een hele puzzel, maar ik verwacht wel dat we hier gezamenlijk met alle partijen uit komen.

Bekijk hieronder ook de collegetour over het Noordzeeoverleg met onder andere NZO-voorzitter Sybilla Dekker en krijg een inkijkje in de unieke manier waarop de partijen uit de energie-, natuur- en voedselvoorziening sector samen met de rijksoverheid werken aan de uitvoering van het Noordzeeakkoord.

 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving
Rijnstraat 8 | 2515 XP | Den Haag
Postbus 20901 | 2500 EX | Den Haag
E-mail: info@ofl.nl

Linkedin Youtube

OFL | Brengt samenwerking verder


Cookie-instellingen