Achtergrond Noordzeeakkoord

Er zijn drie opgaven die allemaal om ruimte vragen op de Noordzee: duurzame energiewinning, voedselvoorziening (waaronder de visserij), en natuurbescherming en -herstel. Als gevolg van het Akkoord van Parijs - en straks het nationale klimaatakkoord – zal het aantal windparken op zee sterk toenemen. Dat kan ten koste gaan van de ruimte voor voedselvoorziening/visserij en natuurbescherming en -herstel. Soms kan het wellicht samengaan en kunnen de opgaven elkaar versterken, maar veelal lijken er keuzes noodzakelijk. 

Totstandkoming Noordzeeakkoord

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), mede namens de ministers van LNV, EZK en BZK, heeft het OFL gevraagd om samen met de rijksoverheid en stakeholders een Noordzeeoverleg in te richten en in werking te stellen. Met als doel om samen met de betrokken ministeries en maatschappelijke partijen tot een ‘Noordzeeakkoord’ te komen. Onder begeleiding van onafhankelijk OFL-voorzitter Jacques Wallage.

Begin februari 2020 hebben de partijen overeenstemming bereikt over een Onderhandelaarsakkoord. In juni 2020 is het Akkoord voor de Noordzee vastgesteld. Daarin staan gedragen keuzes en afspraken voor de opgaven voor voedsel, natuur en energie op het Nederlandse deel van de Noordzee, rekening houdend met de belangen van andere gebruikers zoals zeevaart en zandwinning.

Belangrijkste afspraken in het Noordzeeakkoord

Het Noordzeeakkoord (NZA) is een platform waar overheid en stakeholders samen invulling geven aan de opgaven voor de Noordzee, zoals aan de natuur-, voedsel- en energietransities op de Noordzee. Ook wordt met het NZA een bijdrage geleverd aan de invulling van het klimaatakkoord. De afspraken, ook over de winning van fossiele energie, zijn gemaakt in het licht van de afspraken van COP-Parijs.

  • Het Rijk stelt € 200 miljoen aan middelen beschikbaar ter ondersteuning van de samenhangende natuur-, voedsel- en energietransities (‘Transitiefonds’). Dit geld wordt gebruikt voor onderzoek en innovatie (geëxpliciteerd in Bijlage 2 bij het NZA), monitoring en toezicht en verduurzaming van de vissersvloot.
  • Er zijn afspraken gemaakt over middelen en het zes jaar geldende “transitiefonds”. Na drie jaar, in 2023, vindt een mid-term review van het “transitiefonds” plaats, waarbij de benodigde middelen voor de uitvoering van het akkoord opnieuw worden beschouwd.
  • De ontwikkeling van de Kottervisie door het Rijk/LNV heeft direct te maken met het overleg over het NZA.
  • Er zijn afspraken gemaakt over een gebiedsgerichte aanpak voor de verdeling van de schaarse ruimte over de verschillende gebruikers van de zee, met behulp van gebiedspaspoorten waarin ook medegebruik van ruimte kan worden aangegeven.
  • Voor de aanwijzing van nieuwe windparken: zoek eerder naar nieuwe gebieden in het Noorden / Noordwesten van de Noordzee, zodat voor de visserij meer ruimte blijft in het zuidelijk deel van de Noordzee.
  • Voor natuurgebieden zijn afspraken gemaakt over het percentage gebied dat gevrijwaard wordt voor bodem beroerende visserij (13,7% in 2023 en oplopend naar 15% in 2030). Specifieke afspraken zijn gemaakt over de gebruiksmogelijkheden van onder andere het Friese Front.
  • Over de winning van olie en gas is de afspraak gemaakt dat de winning van gas op zee beperkt blijft tot onder het niveau van de binnenlandse gasconsumptie. Winning van gas op zee beperkt dan ook de importbehoefte.

Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving
Rijnstraat 8 | 2515 XP | Den Haag
Postbus 20901 | 2500 EX | Den Haag
E-mail: info@overlegorgaanfysiekeleefomgeving.nl

Linkedin  Twitter  Youtube

 

OFL | Brengt samenwerking verder

 

Cookie-instellingen